“Goede managers en coaches creëren leiders”

Arjan Vos is een ambitieuze coach die zich inzet voor de ontwikkeling van het team en sporters; hij studeert de Master in Sport Management en Master in Coaching aan het Johan Cruyff Institute

Arjan Vos heeft veel coachervaring opgebouwd als hoofdcoach van het waterpolo Eredivisie damesteam van ZV De Zaan en als bondscoach van het waterpolo dames jeugdteam (foto header met dames U17 in Istanbul). In Australië was hij hoofdcoach bij de Queensland Academy of Sport (QAS) en coach van het Nationale Junior Programma in Sydney.

“Ik denk dat wanneer je de sport professioneel benadert, je jezelf altijd wil blijven doorontwikkelen. Ik wil gewoon een betere coach worden dan dat ik nu ben,” zegt Vos, en daarom studeert hij de Master in Sport Management en de Master in Coaching bij het Johan Cruyff Institute.

Het is duidelijk dat Vos een ambitieuze coach is die veel vraagt van zijn sporters. “Ik heb veel gelezen over leiderschap en ik ben ervan overtuigd dat goede managers leiders creëren,” zegt hij. “Dat betekent dat ik alle opties wil kennen en de beste personen erbij zoek om hen te laten doen waar ze goed in zijn. Daarom bestudeer ik ook de gebieden buiten coaching, zoals sportmarketing en sportfinanciën, want dan kan ik bijdragen aan de sport in het algemeen, zodat de sporters in een betere omgeving kunnen presteren.

We spraken met hem over zijn plannen en visie op coaching.

AMBITIE

Je doet twee Masters en je bent hoofdtrainer. Waar komt je ambitie vandaan?

Ik denk dat het allemaal begint bij passie, zowel voor sport als voor coaching. En ik wil in mijn toekomst investeren en in die van de topsport. Daarbij ben ik op zoek naar de beste versie van mezelf. Ik probeer mezelf gewoon te verbeteren.

Waterpolo heeft alles wat teamsporten zo mooi maakt: hard, snel, spannend, complex en het vraagt fysieke fitheid, tactisch inzicht en mentale balans. En het is handbal, rugby, judo en zwemmen in één sport. Ouders die hun kinderen apart naar die sporten rijden, zouden ook eens bij de plaatselijke waterpoloclub kunnen aankloppen.”

Wat zijn je doelen op korte en lange termijn?

Wat mij betreft is de korte termijn vandaag. Ik wil elke dag in ieder geval één ding gedaan hebben – een gesprek, een boek, een training – dat me helpt groeien als coach. En ik stimuleer de sporters met wie ik werk hetzelfde te doen.

Mijn hart ligt bij talentontwikkeling. Dat gaat in mijn ogen over de lange termijn. Als performance coach wil ik sporttalenten, en vooral ook talentvolle coaches, begeleiden in topsport, onderwijs, kunsten en business. Er is op dat gebied nog veel te winnen. Binnen mijn sport wil ik werken op het allerhoogste niveau in binnen- of buitenland.

Arjan Vos - Goede Leiders - Johan Cruyff Institute

EEN NEDERLANDSE COACH IN AUSTRALIË

Je woonde en werkte tussen 2015 en 2017 in Australië. Wat kon je vooral bijdragen aan waterpolo daar?

Toen ik in Australië aankwam trof ik er een meer traditionele hiërarchie tussen coach en sporter aan dan dat ik in Nederland gewend was. In Australië was het vooral ‘doen wat er gezegd wordt’. In Nederland waren we veel meer voor, tijdens en na de trainingen met elkaar in gesprek om van ontwikkeling een gezamenlijk proces te maken. Daarnaast werd in Australië de oplossing vaak gezocht in hárder werken, terwijl we in Nederland meer geneigd zijn om slimmer te gaan trainen als een aanpak niet werkt.

Wat ik vooral terugkreeg in de loop van de tijd, is dat ze het fijn vonden dat ik als coach verder keek dan alleen naar de waterpoloster, die tegelijkertijd vaak ook een zoekende, soms overmoedige, soms onzekere student, dochter, zus, vriendin of collega kan zijn. Daar ben ik net zo in geïnteresseerd. In de context van de sport staat de topsporter natuurlijk wel centraal, maar ze hoeven geen deel van zichzelf thuis te laten.

Wat heb jij geleerd van de periode in Australië?

Voor mij persoonlijk was het belangrijk om balans te vinden tussen het coachen en een persoonlijk leven. Ik ken veel collega-coaches die net als ik 24/7 bezig waren met hun werk. Dat komt de kwaliteit niet altijd ten goede. Loslaten is een kunst. Het klimaat en de omgeving in Queensland nodigen uit tot ontspanning, dus dat was een goede leeromgeving. Ik stop nog steeds veel extra tijd in het werk, maar wel met een goed humeur.

Daarnaast heb ik een sportpsycholoog leren kennen, Jonah Oliver, die me heeft geïntroduceerd in ACT – Acceptance & Commitment Training – in High Performance. Een nieuwe, wetenschappelijk onderbouwde kijk op performance psychologie. In Nederland wordt daar nog heel weinig mee gewerkt. Ik vind het leuk om daar kennis over te kunnen delen met collega’s en specialisten. En ik gebruik het in mijn dagelijkse coaching met teams, coaches en performers.

Wat waren de grootste uitdagingen in Australië?

De QAS was, voordat ik kwam, hofleverancier van de nationale selectie. Na London 2012 was echter een groot aantal routiniers gestopt. Mijn uitdaging was het verjongen van de selectie. Er was in het begin een hoog verloop binnen de groep. Oud stroomde uit en jong nam het over. Het was een mooi proces, waar ik ook als coach van de nationale U16-selectie plezier van had. Die talenten kwamen al vroeg in een goed tosportprogramma terecht. Dat was daarvoor niet het geval. In de afgelopen maanden debuteerde een aantal jonge QAS-meiden in de nationale selectie. Mooi om te zien.

En waterpolo is in Australië een elitaire sport. Ouders betalen veel geld om hun kind op nationaal en internationaal niveau te laten sporten. Er zijn ouders die daarmee ook inspraak denken te bekostigen. Dat kon weleens misverstanden opleveren, al zijn die universeel. Er zijn ook culturelere verschillen, maar dat maakt leven en werken in een ander land juist zo fascinerend. Ik voel me heel erg thuis in Australië.

COACHING VAN TALENTEN

Je werkt graag met topsporters. Wat maakt coachen van topsporters zo speciaal?

Jonge topsporters beleven zoveel plezier aan hun ontwikkeling. En ik vind het mooi om hen uit te dagen en te ondersteunen richting hun doelen in de sport en in het leven. Het is fascinerend om te zien waar topsporters hun eigen lat leggen en hoe ze daarin op kunnen gaan. Voor mij als coach staat er hetzelfde op het spel als voor de sporters en de anderen van het team: bewust worden en maken van de eigen invloed op hun ontwikkeling, zowel binnen als buiten de sport, de zelfstandigheid vergroten en het plezier behouden.

Wat zie je als jouw bijdrage aan topsport?

Als ik eraan kan bijdragen dat topsporters of talenten hun mogelijkheden benutten en als gevolg daarvan hun doelen bereiken en dromen waarmaken, dan vind ik dat prachtig.
Daarnaast werk ik vooral ook met waarden: Waar sta je voor als (top)talent, als mens, als student, en welke acties kun je daaraan koppelen? Voor mij is een traject met een sporter geslaagd als ze zich ook bewust zijn van hun positie in het ‘normale’ leven. Immers, niet iedereen haalt die top van de berg. Ook daar moet je op voorbereid zijn.

Wat zijn de uitdagingen van het topwaterpolo in Nederland?

De Nederlandse dames werden in 2008 Olympisch kampioen in Peking. Sindsdien zijn ‘we’ niet meer op de Spelen geweest. Ik ken de huidige generatie internationals goed en ik verwacht dat Oranje er in Tokyo 2020 wel weer bij is, ook al omdat er over twee jaar tien in plaats van acht teams mee mogen doen. Voor de derde keer op rij de Spelen missen zou desastreus zijn.

Een zorg voor daarna, naast het niveau en omvang van de nationale Eredivisie, is het aantal jonge, talentvolle, gecommitteerde waterpoloërs én minstens zo belangrijk, toegewijde coaches die ze kunnen opleiden. Een talentonwikkelingsprogramma voor trainers/coaches zou uitkomst kunnen bieden; een uitgekiend programma op maat, gericht op de ontwikkeling van de coach en op het werken met de beste sporters op regionaal, nationaal en internationaal niveau.

En het waterpolo in het algemeen?

Dankzij de Master in Sport Management zie ik nog wel wat mogelijkheden om de sport beter te vermarkten. Het WK in Boedapest was een fantastische happening. In Hongarije is waterpolo sowieso de grootste teamsport. Ook komende zomer in Barcelona zal het EK weer een feest worden.

Tijdens het reguliere seizoen kunnen we in de waterpolowereld veel meer doen aan de totale aankleding van onze sport. We hebben geweldige atleten, sterke persoonlijkheden en waterpolo is – zeker op het hoogste niveau – geweldig om te zien. Natuurlijk spelen beperkte financiële middelen een rol, maar een aanpak die verder gaat dan alleen de wedstrijd, bijvoorbeeld community building, hospitality en side events levert ook weer geld op.

STUDEREN AAN HET JOHAN CRUYFF INSTITUTE

Het Johan Cruyff Institute in Amsterdam biedt een verrijkende leeromgeving met leermiddelen die gebaseerd zijn op interactief leren. We streven naar een mix van studenten uit de sport- en zakenwereld en maken het voor studenten mogelijk hun unieke ervaringen te delen en veel van elkaar te leren. Studenten worden uitgedaagd om actief deel te nemen aan creatieve uitdagingen die inzet, betrokkenheid en intuïtief denken vereisen. Informeer vrijblijvend naar onze programma’s die in september van start gaan:

[ssba]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *