Voetbalclub business en de grootte van de portemonnee van de eigenaren

Verdienen voetbalclubeigenaren meer geld met voetbal dan met hun andere bedrijven? Om de business van voetbal echt te begrijpen, moeten we eerst meer weten over de eigenaren

Door Oliver Seitz

William McGregor, de oprichter van de Engelse Football League en voormalig president van Aston Villa FC, schreef ooit een boek: “Football is a Big Business!”. Dat was in 1905, toen hij het over de inkomsten van de semifinales van de FA Cup van dat jaar had, die bijna $700 duizend dollar opleverden, omgerekend naar wat het vandaag waard zou zijn geweest.

Die quote is nog vele malen herhaald wanneer het gaat over de grootte van de internationale voetbalindustrie. Je bent hem vast wel eens ergens tegengekomen in een discussie over de sector. Voor McGregor, die een manufacturenhandel in Birmingham bezat, was het natuurlijk een hoop geld. De mogelijkheid om via één wedstrijd bijna een miljoen dollar te verdienen was, vergeleken met de inkomsten via zijn eigen bedrijf, in één woord geweldig.

Vergeleken met de tijd van het boek van McGregor is de voetbalwereld enorm veranderd. Alleen al de prijs van de halve finale van de FA Cup is meer dan $1 miljoen waard. Aston Villa FC heeft vorig jaar meer dan $100 miljoen verdiend. Manchester United, de rijkste club ter wereld, had meer dan $800 miljoen aan totale inkomsten. De top 20 van rijkste clubs in de wereld verdienden samen bijna $10 miljard.

Toch brachten de 20 grootste voetbalclubs in de wereld samen minder op dan 30% van de jaaromzet van Nike. League of Legends – de online multiplayer vechtarena – brengt twee keer zoveel op als Manchester United. En Real Madrid verdiende in 2017 minder dan Wanzl, een Duits bedrijf dat gespecialiseerd is in de productie van supermarktkarretjes.

Had McGregor dan wel gelijk? Is voetbal echt big business? Zijn voetbalclubs financieel relevant? Kort door de bocht gezegd: het hangt ervan af wie de eigenaar is. De concepten ‘groot’ of ‘klein’ zijn relatief van aard. Voetbalclubs zijn tegenwoordig veel groter dan honderd jaar geleden, maar hun exacte omvang en belang hangen af van de rijkdom van de eigenaren. De omvang van het voetbalbedrijf is een kwestie van context.

De missie en strategie van een voetbalclub zijn ontworpen volgens de belangen van de eigenaar, of zo zou het moeten zijn. De manieren om die uit te voeren zijn direct gerelateerd aan het vermogen van de eigenaar. Als een lokale ondernemer, zoals McGregor, een club bezit die meer geld opbrengt dan hij of zij via andere bedrijven kan verdienen, is het logisch dat de club zich beweegt binnen die financiële grenzen en probeert om zoveel mogelijk los van deze beperkingen succes na te streven. En hopelijk verdient de eigenaar zo wat geld, waarbij de club een essentiële aanwinst is voor zijn of haar eigen vermogen.

Maar als de eigenaar een buitengewoon rijk iemand is, dan is het belang van de club voor zijn totale bezit klein. Hij of zij zal dan eerder met een minder strikt budget werken en het bezit als een extraatje zien. Als het de club financieel goed gaat, geweldig! Zo niet, dan is dat niet noodzakelijkerwijs een probleem.

Het is daarom interessant om de waarde van voetbalclubs voor hun eigenaren in die context te plaatsen. Het is belangrijk om te analyseren hoeveel een club waard is, maar ook om je proberen voor te stellen wat die waarde voorstelt voor degenen die eindverantwoordelijk zijn voor de organisatie. Zo’n analyse kan fans en stakeholders meer inzicht verschaffen in wat de doelstellingen, risico’s en mogelijke strategieën voor de club zijn.

Als je interesse hebt in het volledige artikel, meld je dan s.v.p. aan voor Football Focus:

Aanmelden voor Football Focus
 

STUDIEPROGRAMMA’S JOHAN CRUYFF INSTITUTE AMSTERDAM

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.