Olympisch zwemmer Stan Pijnenburg combineert topsport, onderwijs en maatschappelijke impact via zijn werk bij BrabantSport en de Master in Sport Business aan Johan Cruyff Institute. Voor hem ligt de echte kracht van sport niet in de medailles, maar in het vermogen om te inspireren en positieve verandering teweeg te brengen
Als olympisch zwemmer weet Stan Pijnenburg wat het betekent om alles uit jezelf te halen. Maar de echte kracht van sport ligt voor hem in de impact die topsport buiten het zwembad kan losmaken en dat is waar zijn hart sneller van gaat kloppen. Bij BrabantSport zet hij zijn ervaring als topsporter in om maatschappelijke impact te maken. Tegelijkertijd blijft hij leergierig en verdiept hij zich via de Master in Sport Business Online aan Johan Cruyff Institute, die hij met een Telesport-studiebeurs volgt, in voor hem nieuwe onderwerpen, zoals strategisch denken en leiderschap. Stan laat zien hoe topsport, studie en werk elkaar kunnen versterken en hoe groei ontstaat wanneer je jezelf blijft uitdagen.
Je hebt jarenlang op topniveau gezwommen en volgt nu een masteropleiding. Hoe kijk jij anders naar de sportsector dankzij die dubbele achtergrond?

Stan Pijnenburg.
Het helpt mij om kritisch en strategisch naar de sportsector te kunnen kijken. In het begin was ik vooral blij dat ik mee mocht doen met de top, maar naarmate je langer meedraait in het zwemmen, beleef je van binnenuit ook wat anders of beter zou kunnen. In Nederland zijn bijvoorbeeld de toptrainingslocaties voor zwemmen sterk geconcentreerd. In Groot-Brittannië is er een ander model, met topsport aan universiteiten, inclusief financiering en studieopties. Dat levert meer spreiding, meer programma’s, meer coaches en ook meer kansen voor talent op.
Zelf kon ik mij breed ontwikkelen doordat ik topsport kon combineren met een hbo-opleiding aan de Johan Cruyff Academy. Sommigen claimen dat je alles opzij moet zetten voor topsport, maar daar ben ik het maar deels mee eens.
“Je moet zeker een topsportleven leiden, maar naast je sport iets anders doen, zoals een studie, brengt balans en verdieping en uiteindelijk vaak ook betere prestaties.”
Hoe heeft die tijd, waarin je topsport en studie combineerde, jou gevormd?
Al sta je als zwemmer alleen op het startblok, je prestaties haal je nooit alleen. Coaches, trainers, medestudenten, familie – anderen om je heen helpen je verder. De belangrijkste les voor mij was: trek op tijd aan de bel! Hulp vragen is geen zwakte, maar een kracht! Dat pas ik in principe nu ook toe, in mijn werk en in de master. Ik sta nog maar aan het begin van mijn maatschappelijke loopbaan. Juist daarom vind ik het belangrijk om te blijven leren, vragen te stellen en open te staan voor de kennis en ervaringen van anderen. Uiteindelijk is het collectieve doel altijd om beter te worden.
Wat spreekt jou aan in de Master in Sport Business Online aan Johan Cruyff Institute?
De internationale setting vind ik heel waardevol. Ik heb projecten gedaan met studenten uit onder andere Luxemburg, Spanje en Canada. Je leert hoe sport elders is georganiseerd en dat verbreedt je perspectief.
“Ik doe de master in het Engels, wat voor mij soms even schakelen was, maar ik ontwikkel zo wel de vaktaal die nodig is als je internationaal aan de slag wilt in de sportwereld.”
Ik leer ook veel nieuwe dingen en je kan zelf accenten leggen; voor mij zijn dat leiderschap, people management, sporttoerisme (wat nieuw voor mij was) en sponsorstrategieën – wat aansluit op mijn werk bij BrabantSport. De flexibiliteit van het online leren werkt ook goed. Als topsporter was ik al gewend om veel online te leren en zelf goed te plannen. Dat helpt me nu om de studie te combineren met mijn werk en privéleven. Net als bij de Johan Cruyff Academy is de begeleiding daarbij top: als je een vraag hebt krijg je snel antwoord, waardoor je nooit het gevoel krijgt dat je er alleen voor staat.
Op je LinkedIn-profiel staat: ‘De kracht van sport gaat verder dan prestaties’. Wat bedoel je daarmee?
Ik nam laatst deel aan een inspirerend webinar van topschaatser Erben Wennemars. Hij vroeg: wie weet wat ik gewonnen heb? Niemand wist dat precies. Sommigen dachten zelfs dat hij Olympisch kampioen was, terwijl hij dat nooit is geweest. Zijn punt: uiteindelijk onthoud je niet de exacte prestaties, maar gaat het om de impact die je als topsporter kan maken. Dáár zit de echte kracht van sport: het vermogen om te inspireren, om mensen te motiveren zélf iets in beweging te zetten.
Ik ben enorm dankbaar voor wat sport mij heeft gebracht, niet alleen de prestaties, maar vooral de ervaringen en lessen. Dat probeer ik nu door te geven, bijvoorbeeld bij BrabantSport, waar we sport inzetten om impact te maken. We ondersteunen acht tot tien grote evenementen per jaar, die altijd gekoppeld zijn aan maatschappelijke doelen, zoals kinderen aan het bewegen krijgen, eenzaamheid tegengaan, of sport toegankelijk maken. Mijn taak is om het bedrijfsleven hierbij te betrekken. Hoe meer bedrijven meedoen, hoe groter de impact. En zij worden zo ook onderdeel van een sport-minded netwerk, dat bijdraagt aan een vitalere samenleving.

Stan Pijnenburg: “We zetten sport in om een verschil te maken, we steunen events die kinderen actiever maken of sport toegankelijk”.
Johan Cruijff zei: ‘Niemand kan de belangen van de sport beter dienen dan iemand met het hart van een sporter‘. In hoeverre vind je dat ook?
Voor mij geldt simpelweg ‘Practice what you preach’. Als oud-topsporter weet ik wat er nodig is om te presteren. Je begrijpt de cultuur, de druk, de dynamiek. Nu ik werk in de sportwereld, geeft dat mijn acties net dat beetje extra geloofwaardigheid en kan ik het verschil maken in beleid. Kijk naar de Chef de Missions van TeamNL: altijd oud-sporters die hun ervaring inzetten voor het grotere geheel. Dat is ook mijn drijfveer. Ik heb het gevoel dat ik de meeste waarde kan toevoegen aan een wereld die ik zelf goed ken en waar mijn hart ligt.
Hoe is de dynamiek in de master tussen sporters en niet-sporters?
Niet iedereen in de master is een topsporter, maar we delen wel allemaal een passie voor sport. Dat verbindt enorm. Sommigen komen uit andere sectoren en willen de sportwereld leren kennen, omdat die zoveel te bieden heeft. Die wisselwerking is waardevol. Bij BrabantSport werkt dat ook zo: ons netwerk telt ruim honderd bedrijven van buiten de sport, maar wél allemaal met liefde voor sport.
“Hoe meer mensen zich met toewijding aan de sportsector verbinden, hoe meer we kunnen bereiken.”
Je hebt gewerkt aan lespakketten om sport te stimuleren op basisscholen. Zie jij jezelf als een ambassadeur voor sport voor kinderen?
Toen ik zelf als kind het zwemmen ontdekte, merkte ik dat het bewegen in water mij een gevoel van vrijheid gaf, plezier en zelfvertrouwen. Dat gun ik ieder kind. Het was heel erg leuk om mee te werken aan lesmodules voor basisscholen. Die brengen sport naar de klas via verhalen van topsporters. Niet om de regeltjes uit te leggen, maar om te inspireren en te laten zien wat sport met je kan doen. Het idee is simpel, we hopen dat kinderen thuiskomen en zeggen: ‘Mam, ik wil dat ook proberen!’ Daar is waar het begint.
Tot slot, hoe luidt jouw advies aan sporters die ook willen studeren?
Studeren naast je sport kan echt en is verrijkend. Zoek een studieomgeving met docenten die sport snappen en je de ruimte geven voor je sport – zoals bij de Johan Cruyff Academy en Johan Cruyff Institute – maar neem ook zelf de regie. Trek op tijd aan de bel als het niet lukt. De ‘studietrein’ dendert door; als je een paar weken mist, is het lastiger bijbenen. Regel je eigen instap-momenten en blijf in contact met je docenten en studiebegeleiders. Je hoeft het niet alleen te doen, maar je moet het wel zelf doen!
Credits coverfoto: Bart Koek.
