Juan España heeft de Master in Football Business in samenwerking met FC Barcelona in 2018 succesvol afgerond en hij is nu manager van Escorpiones de Belén, een voetbalclub in Costa Rica met een voetbalacademie
Net als veel andere studenten was zijn passie voor voetbal de drijvende kracht achter de keuze om zich professioneel te ontwikkelen op het gebied van sportmanagement. Na zijn afstuderen aan de Master in Football Business in samenwerking met FC Barcelona van Johan Cruyff Institute, begon Juan España zijn mogelijkheden in de voetbalwereld te verkennen. Hij kon aan de slag bij de FC Barcelona Academy in Costa Rica en door een wisseling van management kreeg Juan de kans om de leiding over de voetbalacademie op zich te nemen. Zo ontstond Escorpiones de Belén, een club die inmiddels meer dan 600 kinderen traint in de regio Belén.
Juan España is nu voorzitter van de profclub Escorpiones de Belén, dat meedoet in de tweede divisie van het land: “Ik werk al vier jaar aan dit project en vandaag zijn we zowel op sociaal als op sportief vlak een erkende en gerespecteerde club in Costa Rica.” In dit interview blikt Juan terug op zijn reis en deelt hij zijn inzichten met iedereen die ook graag een loopbaan in de sportindustrie wil.
Hoe ontstond het idee en welke uitdagingen kwam je tegen bij het oprichten van de voetbalacademie van Escorpiones de Belén?
Toen ik de Master in Football Business in samenwerking met FC Barcelona volgde aan Johan Cruyff Institute, begon ik naar kansen te zoeken. De voetbalwereld is erg gesloten – het is moeilijk om binnen te komen en je valt er makkelijk buiten. Maar ik kwam in contact met de voetbalacademie van FC Barcelona – een club die me altijd heeft gefascineerd – in Costa Rica. Ik nam contact op met de leidinggevende en hij gaf me een kans.
Hij zei dat er op dat moment geen managementvacatures waren, maar dat ze wel een trainer zochten voor een groep elfjarige kinderen voor twee keer per week. Een les die ik van mijn vader heb geleerd, is dat je soms moet binnenkomen via de beschikbare weg en je plek van daaruit moet verdienen. Ik had nog nooit als trainer gewerkt, maar ik nam het aanbod aan. Een maand later besloot de manager – een Catalaan – terug te keren naar Barcelona, en zo kreeg ik de kans om het project over te nemen.
Maar na een jaar besloot het bestuur het project te beëindigen. De voetbalacademie, die werkte onder de merknaam van FC Barcelona, had te hoge kosten, en in een land als Costa Rica, waar de middelen beperkt zijn, was het model niet rendabel.
Ik besloot door te gaan. Er was een goede basis met kinderen, het opleidingsniveau was hoog en een aantal Catalaanse trainers wilden ook graag doorgaan. Zo ontstond in februari 2020 de academie Escorpiones de Belén. En een maand later begon de pandemie, met alle uitdagingen van dien.
Toch besloten we door te zetten en het project uit te breiden. We hadden al een academie en wilden een volgende stap zetten: een structuur opzetten die kinderen een volledige sportieve route biedt, met de mogelijkheid om het profvoetbal te bereiken. Zoals ik vaak zeg: je moet op het juiste moment op de juiste plek zijn en een beetje geluk hebben.
“Wat een bijna gesloten academie was, is vandaag een club met meer dan 600 kinderen in Belén, een professioneel team en nog een academie in een andere regio van het land.”
Welke impact hoop je te hebben op het Costa Ricaanse voetbal als leidinggevende van Escorpiones de Belén?
Vanaf het begin wilden we dat dit project een sociale impact zou hebben. Ons doel is om kinderen kansen te geven: ze van de straat halen, sport stimuleren, onderlinge interactie en samenwerking bevorderen. We willen dat de academie een plek is voor persoonlijke groei. Sportief gezien proberen we het iets anders te doen. Ik zeg niet dat we beter zijn dan anderen, maar we proberen dingen op een andere manier aan te pakken.
Zo hebben we een andere spelstructuur voorgesteld dan gebruikelijk is in Costa Rica. In de academie hechten we veel waarde aan de omgang met kinderen: we willen dat ze leren denken, dat ze beslissingen nemen. Het gaat er niet om een trainer te hebben die alles voorzegt, maar om het stimuleren van autonomie. Op die leeftijd is het essentieel om verschillende posities uit te proberen en het spel goed te begrijpen. Dat alles maakt deel uit van onze impact.
“Vier jaar later zijn we een erkende en gerespecteerde club. We hebben belangrijke dingen bereikt, op en naast het veld, en dat motiveert ons om te blijven groeien.”
Wat waren voor jou de belangrijkste inzichten uit de master aan het Johan Cruyff Institute en hoe heb je die later toegepast?
Het meest waardevolle vind ik dat de docenten actieve professionals uit de industrie zijn. Dat maakt het verschil. Ze vertelden ons hoe hun werk er in de praktijk uitziet, hoe er echt gewerkt wordt in de sportwereld.
Na verloop van tijd realiseer je je dat veel dingen waarvan je dacht dat ze belangrijk of de waarheid waren, dat niet zijn. Er zijn veel mythes, en die doorzie je alleen van binnenuit. Dat probeer ik over te brengen aan nieuwe mensen in de club: ik probeer hen te laten zien hoe de dagelijkse realiteit eruitziet.
Dat nemen we ook mee in onze spelersselectie: naast sportieve prestaties zoeken we mensen die begrijpen wat we doen en hoe we werken.
“De voetbalindustrie van binnenuit leren kennen was de belangrijkste les van Johan Cruyff Institute.”
Hoe ziet een normale werkdag eruit voor jou?
Veel mensen denken dat een club honderden werknemers nodig heeft om te kunnen draaien. Maar toen we begonnen, was ik degene die de video’s opnam, ze op sociale media zette, assisteerde als trainer én de materialen verzorgde. Vandaag hebben we meer teamleden, ieder met een eigen rol, maar dat was een langdurig proces.
’s Ochtends ben ik bij het eerste team. Ik vind het belangrijk om er elke dag te zijn, zodat men ziet dat ik betrokken ben. Ik regel ook administratieve zaken en het contact met instellingen zoals de voetbalbond of de FIFA. Als ik tijd heb, observeer ik het werk van de technische staf, al zonder me ermee te bemoeien.
Om drie uur trainen we met een groep van 30 à 40 kinderen die we als veelbelovend zien. Dan ben ik de materiaalman, help ik waar nodig. Daarna begint de academie-activiteit, die doorgaat tot negen uur ’s avonds. In het weekend zijn er wedstrijden. Het is een 24/7 leven gewijd aan voetbal.
Hoe heeft het Johan Cruyff Institute jouw kijk op sport als middel voor sociale verandering beïnvloed?
Ik denk dat we die visie delen: sport als middel om anderen te helpen. Vandaag hebben we meer dan 100 kinderen die een beurs ontvangen. Vanaf het begin heb ik tegen de staf en spelers gezegd: onze uitdaging is om te kijken hoe we kunnen helpen, hoe we echte kansen kunnen creëren voor wie deel uitmaakt van de club. Die mentaliteit maakt het verschil. Het gaat erom wat we hebben in te zetten voor anderen.
Welk advies zou je geven aan iemand die in de sportindustrie wil beginnen?
Mijn belangrijkste advies is: bereid je goed voor. De industrie is erg competitief, en wanneer er een kans komt, moet je er klaar voor zijn.
“Ik had geluk met de academie, maar zonder de master had ik die kans niet kunnen benutten.”
Het is ook belangrijk om de juiste instelling te hebben en je voortdurend te blijven ontwikkelen. Voetbal verandert elk jaar: de regels veranderen, de businessmodellen, de opleidingsvergoedingen. Je kunt niet stil blijven zitten en wachten tot iets gebeurt. Je moet bewegen, leren, zoeken. Als je dat doet, komen de kansen vanzelf.
