Henk Groener, docent Johan Cruyff Institute, over de weg naar deelname Olympische Spelen in Río

Interview met Henk Groener, docent Master in Coaching van het Johan Cruyff Institute en voormalig coach Nederlands dames handhandbalteam, dat plaatsvond kort voor de kwalificatie voor de Olympische Spelen in Rio

Iedere topsporter droomt ervan, al was het maar één keer in het leven, om deel te nemen aan de Olympische Spelen. Het is het evenement met de meeste media-aandacht, waar iedereen bij wil zijn, en tegelijkertijd het evenement dat het lastigste kwalificatiesysteem hanteert, dat maar weinig toelatingskansen biedt door een competitie met een klein aantal teams. “We hebben nog nooit aan de Spelen deelgenomen, maar we zijn ook nog nooit zover gekomen als nu”, stelt Henk Groener. Hij is sinds 2009 de bondscoach van het Nederlandse dames handbalteam. Tevens was hij één van de initiatiefnemers van de Master in Coaching van het Johan Cruyff Institute, waarna hij ruime ervaring heeft opgebouwd als docent-coach van het programma. “Ik probeer mijn kennis en ervaring mee te geven aan sportcoaches en managers uit het bedrijfsleven. De opleiding helpt hen om een persoonlijke coaching-stijl te ontwikkelen en prestaties te verbeteren, zowel van zichzelf als van hun team.”

Je hebt niet elke dag de kans een top-coach te spreken om te weten te komen hoe het nationale team omgaat met een historische kans zich te kwalificeren voor Olympische Spelen. Dit interview bevat zijn beschouwingen.

Henk Groener, docent Johan Cruyff Institute, op weg naar deelname Olympische Spelen in Río - sport coaching


Fotograaf: Edwin Verheul

Het lijkt erop dat Nederland op zijn best is! Jullie zijn tweede geworden bij het WK waar jullie je eerste finale speelden. Hoe heeft dit team zich ontwikkeld na je komst in 2009?

We hebben het eigenlijk over twee verschillende teams. In 2009 namen we het team over van mijn voorganger en daarmee haalden we de eerste kwalificatieronde nog niet. Toen zijn we eigenlijk direct begonnen met het verjongen van het team. De talenten die zich aandienden hebben we meteen ruimte gegeven in de nationale ploeg. Dat begon met Danick Snelder, die nu de aanvoerdster is en deel uitmaakt van een grotendeeld geconsolideerd team in 2015. We hebben voortdurend vernieuwd, steeds daar waar we mogelijke verbeteringen zagen door de inzet van talenten.

Eén van je doelstellingen is dus nieuwe spelers de kans te geven hun vaardigheden te tonen.

Ja! We hebben in 2012 de Olympische kwalificatie op één doelpunt gemist! We hebben ons in 2010 geplaatst voor het EK, in 2011 voor het WK, en in 2012 op één doelpunt na net níet voor de Spelen. Toen heeft het Nederlandse Handbal Verbond de organisatie van het EK teruggegeven, waardoor we niet aan het EK konden deelnemen. Dat was ook het moment dat een aantal van de oudere garde afscheid nam. Toen zijn we nog meer gaan verjongen en verder gaan kijken om weer een ploeg op te bouwen voor de Olympische Spelen in Rio. Dat was destijds een ploeg met een gemiddelde leeftijd van 22. Dat is vrij jong voor handbal. We zitten nu gemiddeld op 24 jaar ongeveer. We hebben de groep voortdurend ruimte gegeven zich te ontwikkelen, keuzes te maken voor goede clubs, stappen te maken naar het buitenland voor hun eigen ontwikkeling . En de momenten dat we bij elkaar zijn richten we ons op de spelvisie. Daar zit echt continuiteit in. Omdat je niet vaak bij elkaar bent, kun je op dat gebied niet te veel rare dingen doen. Dus je sluit je snel aan bij wat er vanuit de spelers zelf al is en dat bouw je verder uit.

Met de tweede plaats op het WK heeft het team aangetoond het niveau te hebben behaald voor Olympische Spelen, maar het moet wel een Olympisch kwalificatietoernooi spelen. Betekent dit meer druk of meer motivatie?

Ik denk juist extra motivatie. De kwalificatiemodus is bekend; daar valt niets aan te veranderen. Je hebt vier mogelijkheden om op de Spelen te komen: of je organiseert het zelf, of je wordt wereldkampioen, of je wordt Europees kampioen, of je komt bij de eerste twee en doet het Olympisch kwalificatietoernooi. Dat zijn de manieren om op de Spelen te komen. Van die vier hebben we nu het Olympische kwalificatietoernooi voor de boeg en ik denk dat iedereen een ongelofelijke drive heeft om daar goed te presteren en ons te plaatsen voor de Spelen.

Tijdens het kwalificatietoernooi spelen jullie de eerste wedstrijd tegen de host Frankrijk. Hoe kijk je daar tegenaan?

Dat wordt een mooie wedstrijd. We hebben dit WK voor het eerst de kwartfinale tegen Frankrijk gespeeld. En voor het eerst in veel jaren ook van ze gewonnen. Dat was goed voor het vertrouwen van de ploeg. Tegelijkertijd zal dat voor Frankrijk betekenen dat ze uit zijn op revanche. Het zal een spannende wedstrijd worden tussen twee ploegen die qua niveau dicht bij elkaar liggen. Maar ik ben ervan overtuigd dat wij ook in Frankrijk een goede wedstrijd kunnen spelen en van hen kunnen winnen. Op die manier gaan we de wedstrijd ook in.

Wat kunnen de tegenstanders verwachten van dit Nederlandse team?

Hetzelfde enthousiasme en hetzelfde team als ze op het WK hebben gezien. Dat is altijd al een kenmerk geweest van deze ploeg, dat ze met elkaar een enorme drive hebben om goed te spelen en te winnen, om veel te bereiken. En ook om daar met elkaar plezier in te beleven.

Je staat voor een historische kans: eerste keer deelname aan de Olympische Spelen. Kan dat misschien je beste goede troef zijn?

In welk opzicht? Qua enthousiasme en inzet? Dat is er toch wel. En bij de anderen ook want die willen ook dolgraag naar de Spelen, of het nou de eerste – of de 25ste keer is. Als sporter maak je in jouw sportieve carrière misschien twee of drie Spelen mee en bovendien is het een erg klein deelnemersveld. Het is het kleinste toernooi wat er is: tijdens het EK zijn er 16 teams en het WK 24. Dus dat maakt het heel moeilijk om op de Spelen te komen. Ieder ploeg die in die kwalificatiereeks zit gaat ervoor om het onderste uit de kan te halen. Het is het moeilijkst te bereiken toernooi wat het meest tot de verbeelding spreekt en in de belangstelling staat. En dat maakt het natuurlijk nog aantrekkelijker voor sporters om daar bij te zijn.

Je hebt mannen- en vrouwenteams gecoacht. Wat is in jouw ervaring het verschil tussen het coachen van een mannenteam en vrouwenteam?

Wat je merkt is dat de vrouwen over het algemeen op een andere manier omgaan met zaken waar ze tegenaan lopen. Mannen nemen wat gemakkelijker risico’s en proberen wat sneller nieuwe dingen uit. Vrouwen zijn daar wat voorzichtiger in, maar laten een wat grotere betrokkenheid zien aan een gezamenlijk project. Voor de rest zijn het allemaal topsporters, die het hoogste willen behalen en er keihard voor willen trainen. Er zijn wat dat betreft meer overeenkomsten dan verschillen, vind ik.

We wensen Henk Groener en zijn handbalteam veel succes!

Gerelateerde studieprogramma’s
Het Johan Cruyff Institute biedt een verrijkende leeromgeving met leermiddelen die gebaseerd zijn op interactief leren. We streven naar een mix van studenten uit de sport- en zakenwereld en maken het voor studenten mogelijk hun unieke ervaringen te delen en veel van elkaar te leren. Studenten worden uitgedaagd om actief deel te nemen aan creatieve uitdagingen die inzet, betrokkenheid en intuïtief denken vereisen. Informeer vrijblijvend naar onze Masters:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *