KNSB-TD De Wit: “We zijn altijd op zoek naar een nieuwe schaatsrevolutie”

Voormalig basketbalcoach Remy de Wit behaalde in 2013 zijn diploma voor de Master in Coaching aan het Johan Cruyff Institute en is sinds deze zomer technisch directeur van de Nederlandse Schaatsbond

Remy de Wit - KNSB - Johan Cruyff InstituteAls voormalig bondscoach van de Nederlandse basketbalvrouwen, basisschooldirecteur en directielid van de FSG Academy belandde Remy de Wit afgelopen zomer op de stoel van technisch directeur van de Nederlandse Schaatsbond, waarmee hij de vertrekkende Arie Koops opvolgde. De Wit houdt zich sindsdien bezig met het managen van vijf disciplines: shorttrack, lange- en kortebaan schaatsen, kunstrijden, inline-skaten en marathon.

“In mijn beleving is mijn werkverleden de basis voor de positie die ik nu bekleed. Het is een enorme eer waar ik heel hard voor heb gewerkt, en nog steeds”, vertelt de Cruijff-alumnus trots. “De NBB is een kleine bond, waardoor ik de mogelijkheid heb gehad om de uitvoeringen van de toenmalig technisch directeur van dichtbij mee te maken. Tevens heb ik aan het begin van alle ontwikkelingen in het damesbasketbal gestaan en heb ik de route tot de top mogen mee bepalen en ervaren. Dat blijkt nu zeer waardevol. Mijn onderwijsachtergrond helpt me ook nog elke dag. Samen met mijn commerciële ervaringen van de afgelopen jaren kan ik schakelen in verschillende situaties, omdat ik alle belangen goed kan inschatten. Ik was op jonge leeftijd al directeur van een basisschool en daar heb ik vooral geleerd om goed beleid te maken, wat continuïteit brengt in een organisatie.”

“De vijf disciplines in het schaatsen hebben allemaal hun eigen DNA, maar ook overlap. De uitdaging is om dit nog functioneler te maken”

Inmiddels is de kop eraf en werkt De Wit al bijna drie maanden bij de schaatsbond in Utrecht. Hoe ervaart de voormalig basketbalcoach zijn nieuwe uitdaging? “De ervaringen binnen de schaatswereld zijn tot nu toe zeer goed en warm. Je merkt aan alles dat het een grote sport is met veel belangen en grote betrokkenheid. Logisch ook, want we hebben het over één van grootste Olympische sporten in ons land. Ik ben echter pas net begonnen, dus ik wil het werkveld nog beter leren kennen en met elkaar zorgen voor een goede continuïteit van het opleidingsmodel van het schaatsen, dit van jong talent tot de iconen van ons schaatsland. Binnen mijn verantwoordelijkheden liggen vijf disciplines die allemaal hun eigen DNA hebben, maar ook zeer veel overlap hebben. De uitdaging is om dit nog functioneler te maken.”

Met een verantwoordelijkheid voor maar liefst vijf verschillende disciplines liggen er behoorlijk wat uitdagingen op De Wit te wachten. “Binnen het schaatsen is er momenteel veel aandacht voor de verdere ontwikkeling van de RTC’s, de Regionale Talenten Centra, in ons opleidingsplan. Daarnaast is er bij elke discipline afzonderlijk genoeg te doen. Dit gaat van het opzetten van meer trainingsomgevingen binnen het kunstrijden tot het nog meer stroomlijnen van het concurrentiemodel bij het langebaan schaatsen. In ons meerjarenplan staat dit allemaal goed omschreven en zullen we moeten kijken wat haalbaar, niet haalbaar en wenselijk is in de aankomende jaren”, aldus de technisch directeur.

Het langebaan schaatsen is een nationale trots en één van de grootste Olympische sporten van het land. Tijdens de afgelopen Olympische Winterspelen in Japan behaalde TeamNL de vijfde plek op de medaillespiegel met een totaal van 20 medailles, waarvan 16 voor het schaatsen. Om dit succesverhaal een vervolg te geven, zijn onder andere nieuwe ontwikkelingen van belang. Denkt De Wit dat er in het schaatsen nog grote ontwikkelingen, zoals de klapschaats, mogelijk zijn of is er alleen nog ruimte voor ontwikkelingen op detailniveau? “De wereld wordt steeds slimmer en de sportwereld groeit hierin mee. Voor elke Olympische Spelen vinden er altijd wel nieuwe ontwikkelingen plaats, maar de klapschaats was een uitzonderlijke die voor het publiek ook echt zichtbaar is geweest. De meest recente ontwikkelingen zijn minder dominant aanwezig geweest en scheelden tienden van seconden in plaats van hele seconden. Of we nog een revolutie krijgen zoals de klapschaats weet ik niet, maar we zijn hier samen met het NOC*NSF en vele wetenschappelijke instanties altijd naar op zoek.”

In de zomer van 2013 rondde de 43-jarige Opheusdenaar, die naast de Nederlandse basketbaldames ook de mannen van Den Helder Seals onder zijn hoede had, succesvol de Master in Coaching af. Heeft hij achteraf de kennis kunnen opdoen die hij voor deze functie zo goed kan gebruiken? “De basis van mijn huidige functioneren is nog steeds gebaseerd op onderwerpen en kennis die ik tijdens de Master in Coaching heb verkregen. Ik heb daar mogen ervaren wat communicatie en coaching in de breedste zin van het woord voor mij en mijn omgeving betekent. De confrontatie met je innerlijke zelf, de omgeving en de veilige en goede setting, heeft bijgedragen aan wie ik nu ben en wat ik kan in mijn huidige functie. Het was een openbaring!”

STUDIEPROGRAMMA’S JOHAN CRUYFF INSTITUTE AMSTERDAM

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *